|

Het pijporgel, in het kerkgebouw aan het
van Haringenplantsoen in Nieuw Vennep, is gebouwd door onze firma in 1969. Het orgel heeft 3 klavieren en
totaal 25
registers.
Het betrof
nieuwbouw met gebruikmaking van delen van het oude pijporgel.
De adviseur bij
de bouw was de organist Bernard Steinvoort.
Het eerste
instrument in de kerk was ook door onze firma, gebouwd ( 1954 ).
Bij de bouw van dit eerste orgel was het bedrijf nog gevestigd in Badhoevedorp.
Hieronder de beknopte geschiedenis van de orgels in de Gereformeerde Kerk in Nieuw Vennep
en hun disposities.
ca
1920
Orgel oude kerkgebouw
van de Gereforrmeerde Kerk.
In het oude kerkgebouw van de Gereformeerde Kerk aan de Kerkstraat in
Nieuw Vennep stond een pijporgel ( bouwer
onbekend ).
Dit instrument was ook al bij onze firma in onderhoud.
Dit orgel, met
één klavier en 10 registers, was natuurlijk veel te beperkt voor de nieuwe,
veel grotere kerk die in 1954 is gebouwd.
|
Dispositie van het oude orgel in het gebouw aan de Kerkstraat:
| MANUAAL |
| Bourdon 16' |
| Prestant 8' |
| Holpijp 8' |
| Gamba 8' |
| Octaaf 4' |
| Fluit
4' |
| Octaaf 2' |
| Cornet
V discant |
| Mixtuur III-IV |
| Trompet 8' |
Het orgel had een electro-mechanische sleeplade.
De Mixtuur en de Trompet stonden op een aparte elektrische kegellade.
Het pedaal was "aangehangen"
|
|

Schets voor het front uit 1954
|
1954
In dit jaar
wordt het nieuwe kerkgebouw aan het Dr. van Haeringenplantsoen gebouwd.
Voor het
nieuwe orgel, gebouwd door de gebroeders de Wit uit Badhoevedorp, werd gebruik gemaakt van
onderdelen uit het orgel dat in het oude kerkgebouw aan de Kerkstraat stond.
Voor het hoofdwerk en het pedaal werden nieuwe laden gemaakt. De bestaande lade
werd gebruikt voor het zwelwerk.
3 bestaande stemmen op het zwelwerk worden
aangevuld met 2 nieuwe stemmen.
Voor het hoofdwerk worden 2 nieuwe stemmen
bijgemaakt.
Voor het pedaal wordt o.a. een nieuwe Octaafbas 8' bijgeplaatst.
Totaal heeft dit orgel nu 15 vrije stemmen.
Voor het front werd een eigen ontwerp
gemaakt. Zoals in die tijd gebruikelijk was het van een z.g. "kastloze"
type.
|
De dispositie van het orgel in 1954 :
| PEDAAL |
MANUAAL I |
MANUAAL II |
| 1 Subbas 16' ( tr. 7 ) |
7 Bourdon 16' |
19 Holpijp 8' |
| 2 Octaafbas 8' |
8 Prestant 8' |
20 Gamba 8' |
| 3 Bourdon 8' ( tr. 7 ) |
9 Roerfluit 8' |
21 Fluit 4' |
| 4 Octaaf 4' ( tr. 2 ) |
10 Bourdon 8' ( tr. 7 ) |
22 Nasard 2 2/3' |
| 5 Ped + I |
11 Octaaf 4' |
23 Gemshoorn 2' |
| 6 Ped + II |
12 Fluit 4' ( tr. 7 ) |
|
| |
13 Quint 2 2/3' |
|
| |
14 Octaaf 2' |
|
| |
15 Mixtuur 3-4 st |
|
| |
16 Cornet 5 st. |
|
| |
17 Trompet 8' |
|
| |
18 Koppel Man. I + II |
|
Tractuur : electro-pneumatisch ; Bourdon/Fluit is rein
elektrisch
Klavieren 2 x 56 toetsen ( C t/m g ''' )
Pedaal 30 toetsen ( C t/m f ' )
|